2. Zwangerschap en voortplanting

Lennart Nilsson

Lennart Nilsson is geboren op 24 augustus 1922 in Strängnäs in Zweden. Hij is een fotograaf en wetenschapper.
In samenwerking met onderzoekers en met behulp van geavanceerde apparatuur documenteerde hij het binnenste van de mens tot in detail, op celniveau.
Zijn bekendste boek is Het grote wonder, waarin het ontstaan van een mens, van conceptie tot geboorte, is vastgelegd.
Nilsson heeft een internationale reputatie opgebouwd met zijn opnamen over het menselijk lichaam,
maar hij heeft ook aandacht besteed aan de dierenwereld en de planten- en insectenwereld.
Hij heeft heel wat prijzen ontvangen voor zijn fotografische werk.
Zijn foto’s zijn te zien in musea over de hele wereld, waaronder het British Museum in Londen, Tokyo Fuji Art Museum en het MOMA in New York.
Ook werd hem een eredoctoraat in de medicijnen verleend aan het Karolinska Instituut in Stockholm.
Zijn boeken verschenen in achttien talen.
Het grote wonder is dan ook in heel wat landen het standaardwerk waarmee ouders zich voorbereiden op de geboorte van hun kindje.

Samenvatting van het boek:

Het grote wonder brengt met unieke kleurenfoto's van Lennart Nilsson het grote wonder van ons ontstaan in beeld.
Het is fascinerend om de ontwikkeling van de menselijke vrucht vanaf de bevruchting tot aan de geboorte te kunnen volgen.
De informatieve tekst van prof. dr. L. Hamberger beschrijft stap voor stap de negen maanden van de zwangerschap, en bevat veel praktische raadgevingen.
De bijzondere combinatie van woord en beeld maakt Het grote wonder tot een standaardwerk voor jonge ouders en voor allen die belang stellen in het menselijk lichaam.

Oplossing:

Tussen 100 en 200 miljoen zaadcellen

De vrouwelijke geslachtorganen

Beschrijving: http://images.slideplayer.nl/8/2169489/slides/slide_1.jpg

Links voor onderaan liggen de vrouwelijke geslachtsorganen.
De vrouwelijke geslachtsorganen bestaan uit de inwendige en uitwendige geslachtsorganen.
De kleine en grote schaamlippen, de clitoris (kittelaar) en de ingang van de vagina
behoren tot de uitwendige geslachtsorganen. Tot de inwendige geslachtsorganen van de vrouw
behoren de baarmoeder, de eierstokken en de eileiders.
Deze organen bevinden zich in het onderste deel van de buikholte (het kleine bekken).
De baarmoeder heeft de vorm van een omgekeerde peer.
Aan weerszijden ervan liggen de eierstokken en de eileiders.
De eileiders vormen de verbinding tussen de eierstokken en de baarmoeder.

De mannelijke geslachtsorganen

Beschrijving: http://www.menselijk-lichaam.com/wp-content/uploads/Mannelijke-geslachtsorganen.gif

Links achter achteraan liggen de mannelijke geslachtsorganen
De mannelijke geslachtsorganen bestaan uit de penis, de balzak (scrotum) en de prostaat.
In de balzak bevinden zich twee zaadballen (testes of testikels) en twee veel kleinere bijballen.
De bijballen liggen aan de achterzijde van de zaadballen.
De zaadballen produceren mannelijke hormonen en zaad (sperma). Het sperma wordt daarna
opgeslagen in de bijballen. Vanuit elke bijbal loopt een zaadstreng naar de plasbuis.
Rondom de plasbuis ligt de prostaat: een klier met de vorm en de grootte van een kastanje.
In de prostaat wordt prostaatvocht gemaakt. Bij een zaadlozing verlaat het sperma
het lichaam via de zaadstreng en de urinebuis.
Bij een zaadlozing wordt ongeveer 4 ml sperma geloosd, dat normaal gesproken tussen 100 en 200 miljoen zaadcellen bevat.
Bij het passeren van de prostaat wordt prostaatvocht aan het zaad toegevoegd.

Hannah Vos en Julia Klopman